Een geval van koppelarij

Oma is een zelfstandiPapa aan zee 15.12.01ge vrouw. Zo zelfstandig, dat zij zelfs van vrouwenemancipatie niets moet hebben.
„In-de-man-z’n-plaatsie,” bespotte zij het hedendaags modebegrip. „Nergens goed voor. Een vrouw moet haar plaats weten.” Die wist Oma dan ook bijzonder goed.
Vanaf die plaats bestierde zij de gehele familie. Op zijn tijd wist ze zelfs raketten op afstand te lanceren. Zoals nu.

Herman Varseveld schoof hoog op uit zijn fauteuil.
Zijn bril gleed naar het puntje van zijn neus en zijn krant viel ritselend op de vloer. „Wat zeg je daar?” kermde hij tegen zijn vrouw.
„Ik heb haar voor een paar dagen uitgenodigd. Tenslotte is zij jouw moeder.”
„Grote genade. Wekenlang een dubbele praktijk, denk je eindelijk weer op normale tijden te kunnen rekenen … en nu dit.”
„Ho,ho, je hebt maar goed een week die andere praktijk behoeven te runnen en bijna iedereen bleek toen ook nog met vakantie te zijn.”
Herman Varseveld boog zich iets voorover en hief bezwerend zijn armen op: „Maar Freya, hoe heb je dat in vredesnaam kunnen doen?”
„Ze vroeg me of ik eigenlijk wel wist hoeveel alleenstaande vrouwen aan eenzaamheid te gronde gaan.”
„Ze is helemaal niet eenzaam. Bij het ene familielid is ze nauwelijks vertrokken of ze komt alweer bij een ander binnen. En dan al die dokters die ze laat komen en die ze zelf bezoekt.”
Zolang Freya Oma kende, had Oma aan allerlei ziekten geleden. De ene keer mankeerde er wat aan de lever, dan aan de nieren, voor de verandering wat griep tussendoor en ook weleens een tumor, die rusteloos door haar lichaam zwierf zonder ook maar even voor artsen waarneembaar te worden.
Maar als Oma ergens opdook, gevolgd door een kuchende taxichauffeur, die haar koffers droeg, bleek zij het meest afdoende bewijs om al die kwalen te logenstraffen.
Dan stond er een kleine sierlijke dame met de energie van een kerncentrale. En die energie was maar op één doel gericht: alles in de war te brengen en de huiselijke vrede duchtig te verstoren.

Lidia, de nieuwe assistentie van dokter Varseveld, opende de deur. Freya hoorde de kranige stem van haar schoonmoeder: „Zo, jongedame, is mijn zoon thuis?”
„U bent dus mevrouw Varseveld?”
„Wist je dat niet?” En rondkijkend: „Wat is het hier schoon. Keurig hoor!” Een korte stilte en toen: „Wat is dat voor een kast? Is die nieuw? Nooit eerder gezien. Ik zou zo’n modern ding nooit in mijn  huis willen hebben. Waar is mijn schoondochter?”
„Hier!” riep Freya vanuit de keuken.
Oma trippelde naar de keuken: „Zo kind, fijn om hier weer te zijn,” terwijl ze Freya kuste. „Maar weet je … dat harde paars met die strepen op je jurk … Afschuwelijk. Dat staat je niet. Het is … nee …het maakt je gewoon … ik weet het niet … helemaal niets voor de vrouw van een arts!”
„Ik heb die jurk alleen maar aan omdat ik in de keuken nog wat te doen had.”
„O … nou ja …” zei Oma berustend.
Oma was er dus. Oma was er helemaal!

De volgende dag wilde Oma een ander matras in haar bed. Deze was te zacht. Tegelijk liet ze de kleine ladekast uit de slaapkamer verwijderen. Zij kon het ding niet velen.
Alle beklede kleerhangers sleepte zij naar haar kamer. Met die kale houten dingen kon je je kleding beschadigen en het stond zo armoedig. Oma wilde ook nog in haar slaapkamer stofzuigen, dat vond zij nodig. Haastig greep Freya de stofzuiger. Stel je voor wat Oma met zo’n apparaat zou kunnen uithalen in haar wervelwindtempo.
Toen Oma ‚s avonds prinsheerlijk in haar bed met de harde matras lag, kwam Freya haar nog even goedenacht wensen.
Oma bleek dankbaar: „Jullie zijn allemaal toch zo vreselijk lief voor mij. Ik kom hier gewoon tot rust.”
Wat mensen al niet nodig hebben om tot rust te komen, dacht Freya vertwijfeld, denkend aan de rusteloze gang van Oma die dag.

Op een morgen hoorden de patiënten in de wachtkamer dokter Varseveld schreeuwen: „Als ik U hier nog één keer zie, jaag ik U voorgoed de deur uit. Weet U wat U bent? Kerngezond!”IMG_3870
„Heb ik daar mijn hele leven voor opgeofferd om jou voor arts te laten studeren?” snikte Oma.
„Kerngezond,” schreeuwde Herman Varseveld nog eens, „maar ik krijg binnenkort een infarct als dit nog langer zo doorgaat!”
’s Avonds trok hij zich in zijn praktijkruimte terug.
„Begrijp het toch,” pleitte hij, toen Freya hem koffie kwam brengen. „Ik heb zoveel te doen en nu werkt Oma mij gewoon op de zenuwen. Dat is me net iets teveel.”
Teveel? dacht Freya. Voor wie teveel? Niet voor mij?
Maar hij, die zij zo bewonderde om zijn kalmte en zijn standvastigheid … Hij was de eerste die het bijltje erbij neerlegde.

Op een ochtend werd het Freya ook teveel. Bovendien was de zesjarige Bea erg lastig aan de ontbijttafel. In de melk zaten klontjes. Het brood lustte ze niet. Freya stond op om boven even alleen te zijn.
„Wil je voor mij de kersenjam meenemen?” riep Oma haar na. „Weet je, die heb ik gisteren gekocht. Ze staat bij mij in de klerenkast. Anders gebruikt iedereen er maar van. En daarvoor is ze te duur.”
Onwillig liep Freya naar de kast, waar de pot met jam stond, de jam die voor anderen te goed was. Er naast zag zij een map liggen. Eigenlijk wilde ze er niet in kijken, maar haar nieuwsgierigheid wakkerde haar aan. Ze bladerde de map door.
Allemaal foto’s en artikelen uit kranten en tijdschriften – allemaal over een en dezelfde man: Clark Gable. Er was ook een echte foto bij, waarop geschreven stond: „Best wishes from Clark Gable.”
Het inzien van de map brak Freya’s spanning. Glimlachend bladerde ze verder. En toen ze beneden kwam om Oma de jam aan te geven kon zij haar glimlach nauwelijks onderdrukken.
Oma kreeg heel onschuldige meisjesogen: „Is hij niet knap? Ik heb alles over hem verzameld. Thuis heb ik nog veel meer. Ach, dat was een man …”

„Toch, Freya” zei Oma op een dag, „toch zou ik, als ik jou was, maar voorzichtig zijn”.
„Ik? Waarom?”
„Om die Lidia, die assistente van je man. Het is een knap meisje en ze heeft alles wat een man graag ziet.”
„Ze ziet er goed uit,” stemde Freya in.
„Die Lidia,” ging Oma verder, „nou ja, de omgang is tegenwoordig zoveel vrijer geworden … jullie zullen ook wel vrijer zijn … ik begrijp niet waarom Herman juist met Lidia …”
„Wat met Lidia?”
„Nou,” zei Oma, terwijl zij zedig haar ogen neersloeg.
„Ik wil niets zeggen. Begrijp me goed. Maar meestal bemerken de betrokkenen het te laat en dan is Leiden in last.”
„Maar Oma, waar hebt U het in vredesnaam over?”
„Nou gewoon … de manier waarop zij naar elkaar kijken. Geregeld staat zij naast hem … spant zich meer in met haar werk als Herman erbij is …”
„Inspannen? Dat moet ze toch? Daar wordt ze voor betaald!”
„Moet ze? Moet dat ook in die kleine kamer achter de spreekkamer, waar een bed staat waar Herman wel eens op slaapt? Daar zie ik ze ook wel. Daar heb ik ze gisteravond nog uit zien komen.”
Freya stond er onwijs en met open mond bij. Herman en Lidia? Zo snel liet Herman zich niet door een aantrekkelijk figuur en een paar mooie ogen van de wijs brengen …
„Dus als ik in jouw plaats was …” begon Oma opnieuw.
„Ik weet al wat ik ga doen,” snauwde Freya.
Natuurlijk deed ze niets. Alleen nadenken. Ze besefte nu eerst goed dat de praktijkruimte geheel was afgescheiden van het woongedeelte van hun huis. Alleen een kleine gang zorgde voor een verbinding. Vanuit het woongedeelte was niet te zien of iemand van buitenaf de praktijkruimte binnenging. Ze kwam op een idee.
Nadat de laatste bezoeker van het avondspreekuur was vertrokken, sloop Freya het huis uit en liep er omheen naar het praktijkgedeelte. In de kleine kamer met het bed brandde licht. Ze klom op de houten tuinbank die langs de muur stond en keek naar binnen. Ze moest grinniken. Daar zat hij, Herman, helemaal alleen in de fauteuil naast het bed, terwijl hij braaf een boek zat te lezen. Ze wilde van de bank afstappen toen het ding begon te wiebelen. Freya kwam met een smak op het grind terecht. Ze verbeet zich van de pijn aan haar knie. Ondanks dat moest ze lachen en ze lachte nog, toen Herman het raam opende om van het spektakel in de tuin kennis te nemen.
„Is iedereen hier gek geworden? Is het dan nog niet genoeg?” schreeuwde hij, gestoord in zijn leesrust. „Wat!? Ben jij dat? Wat doe jij hier in vredesnaam?” riep hij toen hij Freya op het grind zag liggen.
„Ik heb je echtelijke trouw gecontroleerd,” hijgde zij.
Hij kwam naar buiten. Steunend op zijn arm ging Freya het huis binnen, waar zij Herman meteen om de hals viel.
Herman onderging het sprakeloos.

De volgende dag kwam Lidia met een rood hoofd op Freya af. „Mevrouw Varseveld! Alles goed en wel maar nu moet ik eens praten over uw schoonmoeder.”
„Ook dat nog,” zuchtte Freya. „Waar gaat het om?”
„Om uw man! Iedere dag komt uw schoonmoeder ermee aan: dokter zou zich in zijn huwelijk best wel eens eenzaam voelen. En ik zou een goedhartig iemand zijn. En ik zou zo goed zijn voor de patiënten en de praktijk. Soms krijg ik het gevoel dat zij mij aan de man wil brengen om me weg te hebben.”
„Wacht eens even,” zei Freya met nadruk en vroeg vervolgens:” Wat zei je daar? Aan de man brengen? Om je weg te hebben?”

’s  Avonds vertelde Freya het aan Herman. Ook sprak zij over de map – de map met Clark Gable. Beiden zeiden even niets en dachten na.
Ineens hieven zij hun hoofd op.
„Freya!”
„Herman!”
„Freya, denk jij wat ik denk?”
Ze peilde zijn kwajongensachtige blik.
„Krijn Koolen!” riepen ze gelijktijdig.
Krijn Koolen …
Hij was nooit filmster geweest zoals Clark Gable, maar hij had bij het volkstoneel heel wat rollen op de planken gebracht. En dan zijn gelijkenis met Clark Gable!
Waarom zou Krijn nog niet eens voor één keer een grote rol spelen – voor Oma?
„Dat ik niet eerder op dat idee ben gekomen – Clark Gable,” zei Freya. „Nu zullen we eens zien wie wie aan de man brengt!”
„Maar hoe?” vroeg Herman.
Het resultaat van hun beraadslagingen was, dat zij Krijn zouden vragen met Oma naar een toneelvoorstelling te gaan.
Herman zou de kaarten verschaffen.
Krijn Koolen had, als toneelspeler in ruste, meteen belangstelling. Vooral toen hij hoorde, dat Herman kaarten had voor „Kniertje”, een stuk van Herman Heyermans waarin Krijn vroeger ook wel had gespeeld.
Oma bleek heel enthousiast: „Met een andere man op stap!” riep zij uit.

Krijn zou Oma af komen halen. Freya had koffie gezet, Herman hield een fles cognac in de buurt en p de tafel stonden allerlei lekkernijen. Alles om Krijn een goede ontvangst te bereiden en de beide uitgaanders in de stemming te brengen. Een „warming up” zoals Herman het noemde.

Zo zaten zij om de salontafel: Krijn in een keurig donkerblauw kostuum, Oma in een lange japon van taft, zat naast hem.
Blijkbaar was Krijn in haar smaak gevallen, want zij schonk hem wat extra cognac in de koffie. Stralend keek ze hem aan als een schoolmeisje op haar eerste uitgaansavond. Toen de taxi voorreed, waarmee ze naar het theater zouden gaan, opende Krijn zwierig voor Oma de deur en liep met haar naar de auto.
„Daar gaan ze,” zei Herman peinzend. Freya kon haar ogen niet geloven.

Om ongeveer elf uur kon de voorstelling beëindigd zijn. „Daarna zullen ze nog wel ergens wat gaan drinken, denk ik,” zei Freya. „Daar kun je bij Krijn wel op rekenen. Hij zal willen napraten, vooral nu het een stuk is, waar hij vroeger een rol heeft gehad.”
Tegen twee uur ’s nachts begon Herman ziekenhuizen op te bellen. Geen resultaat. ’s Morgens om vijf uur belde hij de politie. Eindelijk, het was inmiddels tien uur in de ochtend, kwam Freya op een idee.
„Zullen we Oma’s huis eens bellen?”
„Dat is meer dan veertig kilometer hier vandaan. Je denkt toch niet dat die twee midden in de nacht …”
„Ik denk helemaal niets, maar ik voel wel wat.”
Freya draaide het nummer van Oma. Ze hoorde de telefoon overgaan, nog eens … nog eens een klik … een energieke vrouwenstem, helemaal niet krasserig, riep „Goeie genade, kan een mens dan niet eens een enkele keer met rust worden gelaten? Wie is daar?”
„Ik,” zei Freya benepen.
„Jij, Freya? Hoor eens, beste meid: Krijn en ik willen met rust worden gelaten. Wij willen beslist niet gestoord worden en zeker niet door familie. Dat begrijp je toch zeker wel?”
„En of,” antwoordde Freya en hing op.

______________________

Dit verhaal is eind jaren zeventig door mijn vader geschreven

3 Comments (+add yours?)

  1. mieke
    Feb 17, 2014 @ 21:34:19

    Ha die Coen,
    Wat doe je me daar een plezier mee, een verhaal van papa zoals ongetwijfeld ooit verschenen is in Sarie Marais! Ik herken zijn stijl. Zo leuk, ik had alleen het verhaal Koud kunstje over het aquarelleren. Ga je er nog meer plaatsen?
    groetjes, Mieke (je zussie)

  2. mieke
    Feb 17, 2014 @ 21:39:20

    Ha die Coen (ik had al een reactie geplaatst maar ik ben hem kwijt :( )
    Wat doe je me een plezier met dit verhaal van papa! Zo leuk, zijn herkenbare stijl en de typische namen, grappig! Ik hoop dat je er nog meer zult plaatsen!
    Dank je wel! Liefs, Mieke.

  3. Liz
    Feb 18, 2014 @ 10:36:05

    Heel leuk verhaal Coen. Heb er echt van genoten :)